top of page

Cyclus praktijkonderzoek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                   Figuur 1. Cyclus van praktijkonderzoek gebaseerd op van der Donk en van Lanen (2012).

 

  1. Oriënteren
    Tijdens de fase van het oriënteren kiezen de studenten een (als problematisch ervaren) praktijksituatie als aanleiding van hun onderzoek. Deze praktijksituatie wordt vertaald naar een onderwerp dat zowel theoretisch als praktisch onderzocht kan worden. Wanneer het onderwerp is vastgesteld, verkennen en beschrijven de studenten de praktijksituatie en het onderwijsvraagstuk dat eruit naar voren komt.

     

  2. Richten
    Tijdens de tweede fase bepalen de studenten de reikwijdte van het onderzoek. Ook worden het onderzoeksdoel en de onderzoeksvragen geformuleerd. De studenten beschrijven dit in het onderzoeksvoorstel. Daarnaast wordt in het onderzoeksvoorstel een oriënterende literatuurstudie verricht.  

     

  3. Plannen
    Op basis van het onderzoeksdoel, de onderzoeksvragen en de oriënterende literatuurstudie kiezen de studenten voor een methode van dataverzameling en beschrijven en plannen ze de onderzoeksactiviteiten. Aan het einde van deze fase ronden ze het onderzoeksvoorstel af en wordt het ter goedkeuring ingeleverd bij de begeleidende docent.

     

  4. Verzamelen
    Door middel van de twee pijlers van onderzoek binnen Iselinge, namelijk literatuuronderzoek gevolgd door praktijkonderzoek, verzamelen de studenten informatie en data aan de hand waarvan de onderzoeksvragen beantwoord kunnen worden.

     

  5. Analyseren
    Deze fase houdt in dat de studenten enerzijds de informatie verkregen uit literatuuronderzoek beschrijven in een theoretisch kader en anderzijds de data verkregen uit praktijkonderzoek analyseren en (grafisch) weergeven in een resultatensectie.

     

  6. Concluderen
    Aan de hand van het theoretisch kader en de resultaten van het praktijkonderzoek trekken de studenten conclusies waarin theorie en praktijk worden gecombineerd om de onderzoeksvragen te beantwoorden. Daarnaast doen ze op basis van deze conclusies aanbevelingen voor de praktijk, met als doel de als problematisch ervaren praktijksituatie te verbeteren. Tot slot reflecteren studenten op de toegevoegde waarde en de beperkingen van het onderzoek.

     

  7. Presenteren
    Deze stap is impliciet aanwezig in de voorgaande stappen, aangezien het de neerslag is van het gehele onderzoeksproces. Deze neerslag kan de vorm aannemen van een/ meerdere schriftelijk(e) verslag(en), een/meerdere (poster)presentatie(s), of online presentatie(s). 

 

bottom of page